Tell me what you saw

Iedere boom trekt elk jaar een nieuw jasje aan. Soms beslaan de verschillende jaarringen hele tijdperken. Ik zag eens een reusachtige stomp van een Redwood. Op de ringen stonden jaartallen vanaf het begin van de jaartelling. Het maakte invoelbaar dat een boom een wezen is met wortels tot in de vezels van onze wordingsgeschiedenis. Voor Textiel Festival Twente heb ik dit vertaald door de ringen van een boom, in stof gemaakt, uit elkaar te trekken. De jaartallen die op de ringen genaaid zijn verwijzen naar een belangrijke gebeurtenis op Hof Espelo, het textiel-landgoed waar deze virtuele boom geleefd heeft.

IMG_5061

Hof Espelo wordt voor het eerst genoemd in een bul van paus Innocentius III, op 28 mei 1215, als hij het kapittel (bestuur van de kerk) van Sint-Pieter te Utrecht en de daarbij behorende goederen in bescherming neemt. Hof Espelo was waarschijnlijk als een soort bruidsschat aan het kapittel gegeven bij zijn oprichting.

Hof Espelo was het middelpunt van de bezittingen van het kapittel in Twente.  Op de hof woonde de beheerder, hofmeier genoemd. Als rentmeester moest hij de goederen beheren. Als hofmeier was hij de openbare gezagsman en handhaver van de hofrechten van de onder Hof Espelo vallende 21 hofhorige (boeren-)erven. De horigen waren geen vrije mensen. Ze waren door talrijke regels en verplichtingen gebon­den. Tegenover deze onvrijheid stond de bescherming van de horige.

Op 17 september (St. Lambertus) van elk jaar moesten de hofhorigen van heinde en verre naar Hof Espelo komen, om hun pacht te betalen. De hofmeier hield dan ook het hofgericht en wees vonnis.
Het ambt van hofmeier werd geleidelijk aan als erfelijk beschouwd.

IMG_5070

In de tachtigjarige oorlog was het Twentse land afwisselend in handen van de Spaanse en staatse troepen. Hof Espelo en zijn bewoners zijn in die periode dikwijls bedreigd en beroofd. Zo is in 1570 de hofmeier door de Spanjaarden ver­moord, terwijl de hof ook omstreeks dit tijd afgebrand moet zijn.

 

IMG_5069

De rentmeester/hofmeijer wordt vanuit kapittel erop gewezen ‘ervoor te zorgen dat het houtgewas nergens worde geschonden’. Hij kapte namelijk wel eens wat illegaal om extra inkomsten te hebben…

 

IMG_5062

Hof Espelo is rijk aan veldnamen. Veel daarvan zijn terug te vinden op de kaart van 1759. Het zijn vaak voor zichzelf sprekende benamingen zoals: Lange Esch, Peerdeweide, Huttenmaat. Sommige veldnamen bergen een bijzondere betekenis, zoals
’t Möske (het ronde veld in het noordwesten van het landgoed). Möske is een verkleinwoordje van het Twentse “mos” waarmee een laaggelegen graslandgebied wordt aangeduid. Het is een vloeiweide uit de 18e eeuw, met dijkjes eromheen. ’s Winters liep het onder met water uit kleine stroombeekjes, het meegevoerde slib bezonk, wat als een soort bemesting een rijkere grond opleverde voor de boeren. Niet onbelangrijk in dit arme heidegebied. Nu, meer dan tweeenhalve eeuw later, ligt er een 75 cm dik pakket beekklei op de oorspronkelijke grond.

 

IMG_5065

In 1770 kwam een einde aan zeker vijf eeuwen “geestelijk” goed. De kerk verkocht de boel aan een nieuwe eigenaar. Daarmee werd Hof Espelo “werelds” bezit. Gabriel Davina, die getrouwd was met de dochter van de laatste hofmeier, en zo de titel van hofmeier verkreeg, verzette zich tegen de verkoop aan een buitenstaander. Hij wilde zelf eigenaar worden. Na vijf jaar touwtrekken kreeg hij zijn zin. Gabriel Davina werd de volle eigenaar van Hof Espelo. Drie generaties lang hebben de Davina’s op Hof Espelo gewoond.

IMG_5063

In 1887 werd Hof Espelo voor de derde keer verkocht. Voor 40.000 gulden kocht Bernard Gerard Cromhof het landgoed als zomerverblijf. Hij was een telg uit de Enschedese textielfabrikantenfamilie Ter Kuile Cromhoff.

Er brak een nieuwe tijd aan. De vorige eigenaar (Davina) had vanwege geldzorgen veel bos gekapt. Cromhoff liet de lanen opnieuw inplanten met beuken (die er nog steeds staan). Ook werden op de plek van de gekapte bossen nieuwe bomen geplant. Dit gebeurde vooral met grove den. Dit hout werd graag afgenomen door de mijnindustrie, omdat hout van de grove den voortijdig waarschuwt (kraakt) als een mijnschacht instort.

De familie Cromhoff heeft hun fraaie landhuis in 1927 op het land van Hof Espelo laten bouwen in de stijl van de Amsterdamse School. In de bezettingsjaren werd het pand gebruikt als casino.

IMG_5064

Het Sterrebos werd in het begin van de 20e eeuw aangelegd in opdracht van Van Heek (naar ontwerp van landschaps-architect Wattez, die ook het Van Heek Park in Enschede ontwierp). Van Heek was een grote in de textielindustrie in Enschede. In 1910 was Van Heek en Co zelfs de grootste industrieel van ons land.
Het Sterrebos ontleend zijn naam aan het ontwerp. De bospercelen worden verdeeld door een regelmatig patroon van acht beukenlanen. Je kunt het zien als een ster met acht punten. Ze komen samen op een plek die ze ‘de middenstip’ noemen. De ster wordt omvat door een min of meer regelmatig carré van lanen. Het bos is aangelegd door in het kader van de werkverschaffing voor werklozen. Met de schop in de hand is dit bos ontgonnen. Bikkelhard werken was dat.
Het Sterrebos behoort nu tot het landgoed Hof Espelo.

IMG_5068

In de tweede wereldoorlog heeft het landgoed onderdeel uitgemaakt van vliegveld Twente. De sporen hiervan zijn nog steeds nadrukkelijk aanwezig. De Duitsers legden op het landgoed rolbanen aan om hun vliegtuigen in het bos te kunnen verstoppen, afgedekt met netten. De rolbanen werden omringd door nieuw aangelegde wallen, die nog grotendeels te zien zijn. Langs de voormalige rolbaan zijn op regelmatige afstand halvemaanvormige wallen aanwezig. In deze primitieve “bunkers” werden oude, kapotte vliegtuigen geplaatst die de geallieerden bij hun bombardement af moesten leiden.
IMG_5066

Het was Evert Adriaan Doedes Breuning ten Cate (1920-1991) die Hof Espelo in 1951 van de Cromhoffs overnam. Ten Cate was een van de nazaten van Hendrik Gerritsz ten Cate, in de zeventiende eeuw een linnenreder en fabriqueur te Almelo. De familie groeide uit tot de grote textielproducent Koninklijke Nijverdal Ten Cate.

IMG_5067

De bijzonderheid van de afwisselende natuur op Hof Espelo werd in 1966 al erkend toen het als landgoed onder de Natuurschoonwet ging vallen. De familie Doedes Ten Cate verkoopt het 150 ha tellende landgoed, zonder de villa, aan Landschap Overijssel.